Politie

De handhaving van de openbare orde was van oudsher een taak van de schout. Maar deze kon nooit overal tegelijk zijn en had meerdere taken. Wanneer er in de 18e eeuw een probleem was met bedelaars of landlopers, kreeg de schout hulp van weerbare mannen. Raakte de verdachte gewond of stierf deze, dan gingen de mannen vrijuit. In september 1790 wordt er in Schalkwijk een nachtwacht ingesteld. Die duurde tot de Franse inval in 1795.

Veldwachters

In maart 1811 richt Keizer Napoleon een politiemacht naar Frans model in. Er komt op het platteland een boswachter en een veldwachter. Het zijn vaak oud-militairen die in deze functie stappen. Ze waren onbewapend en bij grotere overtredingen moest de gendarmerie uit de stad erbij worden gehaald. In Schalkwijk is er vanaf 1814 een veldwachter en in Tull en ’t Waal vanaf 1828.

Een veldwachter heeft in het begin geen hoog aanzien. Hij wordt slecht betaald en heeft neventaken als bode of opzichter bij openbare werken.

Gemeenteveldwachters en rijksveldwachters
In 1856 wordt de rijksveldwachter ingevoerd. Dit waren personen die boswachter als bijbaan hebben. Ze zijn dan in plaats van boswachter voortaan rijksveldwachter. De gemeenteveldwachter wordt door de gemeente betaald. Deed de gemeenteveldwachter werk voor de rijksveldwacht, dan was hij onbezoldigde rijksveldwachter. Het moest allemaal zo goedkoop mogelijk van het ministerie. In 1858 verschijnt wel de betaalde rijksveldwachter, maar de vacatures kunnen niet altijd worden opgevuld. Deze politievorm zou tot 1940 blijven bestaan.

Rond 1830 is er een schutterij in Schalkwijk. Wanneer deze wordt opgeroepen voor oorlog tegen België, duikt een aantal schutters onder. Rond 1825 was er sprake van een nachtwacht in Schalkwijk.

Naarmate de 19e eeuw vordert, wordt de positie van veldwachter professioneler. De veldwachter krijgt een sabel, helm en later een revolver. Ook krijgt hij vergoedingen, maar echt hoog is het loon niet.

Veldwachters in Schalkwijk
Francis Geurts (1838 – <1879) – onbezoldigd rijksveldwachter
Janus Geurts (?? – ??) – veldwachter
Pieter Dammers (rond 1850)
Aart van den Berg (1862 – 1862) – rijksveldwachter
v.d. Neut (rond 1886) – onbezoldigd rijksveldwachter
C. Kroon (rond 1866) – veldwachter
Cornelis Krol (<1897) – gemeenteveldwachter
Johannes van Zwet (1898 – < 1901) – gemeenteveldwachter
Ras (??? – 1904) – gemeenteveldwachter (ontslagen en dreigt de burgemeester dood te schieten)
Bartus Kreijermaat (1904 – ??)
In 1905 is er een vacature
Onbekende veldwachter (1906 – 1921)
Johannes Cornet (1921 – >1923)
Bart Boere (<1926 / +/-1929)
C. Versteeg (<1929 – >1931)

Veldwachters in Tull en ’t Waal
1852 – geen veldwachter
Johannes van Zwet (1893 – 1898) – gemeenteveldwachter
In 1905 is er een vacature
Bastiaan Boere 1934 – gemeenteveldwachter

De politiecel aan het Overeind in Schalkwijk in 2001
De politiecel aan het Overeind in Schalkwijk in 2001 (Collectie RAZU)

Gevangenis

Uitvalsbasis voor de veldwachter is het gemeentehuis. In Schalkwijk was een gevangenis bij de politiepost aan het Overeind 11. Hier was plaats voor twee personen. Voordat deze politiecel er was, werden verdachten opgesloten in de kerktoren op De Brink. Onderzoek en verhoren werden door de burgemeester uitgevoerd. Bij het gemeentehuis van Tull en ’t Waal stond de ambtswoning van een politieagent. Achter deze woning was een politiecel.

Op 5 juli 1940 voegt de Duitse bezetter de marechaussee in Nederland organisatorisch samen met de rijksveldwacht en de gemeenteveldwacht. Op 1 december 1942 wordt de functie van gemeenteveldwachter opgeheven. De veldwachters bleven wel in dienst, maar als politieagent.

Rijkspolitie

Na de tweede wereldoorlog wordt het politieapparaat opgebouwd. De bevolking heeft wantrouwen tegen de politie, omdat die had samengewerkt met de Duitsers. Houten, Schalkwijk en Tull en ’t Waal hebben met de Rijkspolitie te maken. Politieagent Borger is bij zowel de Schalkwijkers als Houtenezen een bekend en gerespecteerd persoon. Hij stopt in 1973.

Deze pagina is gewijzigd op 18 september 2021