Kerk Schalkwijk

Terwijl de ontginningen in Schalkwijk en de Vuijlcop gaande zijn, komt er behoefte aan een kerk voor de arbeiders die de ontginningen uitvoeren. De familie van Schalkwijk die de ontginningen in het midden verzorg, zorgt voor de bouw van een kerk.

Stichting kerk

De kerk is rond 1164 gesticht en misschien al enkele jaren eerder. Waarschijnlijk was er eerst een houten noodkerkje, maar rond het jaar 1220 verschijnt er een romaans zaalkerkje van tufsteen. Zoals gebruikelijk staat het koor van de kerk naar het oosten. Bij de kerk is een brink, dat samen met de kerk het centrum van Schalkwijk wordt.

De onderste twee geledingen van de kerktoren zoals die nu te zien zijn, dateren uit de eerste helft van de 13e eeuw. De kerktoren staat scheef en helt over naar het noorden. Het is een van de oudste nog zichtbare bouwwerken in de gemeente Houten.

In het jaar 1294 wordt de kerk een zelfstandige parochie. De oudst bekende pastoor is Johannes Spirinc (1336-1350).

Kerk Schalkwijk in gotische stijl

Rond 1500 wordt de kerk vergroot en in gotische stijl gebouwd. De toren wordt opgehoogd met een verdieping en krijgt een gotische spits. Lang profiteren de kerkgangers niet van de nieuwe kerk. In 1580 vindt de reformatie plaats en in 1609 wordt melding gemaakt van de eerste predikant in Schalkwijk. In 1648 wordt het kanseleikenhouten preekstoel geplaatst.

De katholieken zijn dan uitgeweken naar de schuilkerk in schuren en naar de schuilkerk in de toren van kasteel Schalkwijk. In dit kasteel is ook tijdelijk een rondtrekkende priester gehuisvest. De meeste Schalkwijkers blijven katholiek.

Ondanks dat het protestantse geloof in Schalkwijk weinig voet aan de grond krijgt, volgen de invloedrijke personen wel de protestantse leer. De heren van Vuylcop, Wickenburgh en Schalkwijk hebben in 1700 eigen herenbanken langs de zijkant en dichtbij de preekstoel. Schout en schepenen hebben ook eigen banken, maar dan langs de zijkant in het midden van de kerk.

In 1736 wordt de torenspits vervangen en in 1775 wordt er een pastorie gebouwd. Ambachtsheer Balthasar de Leeuw laat tijdens zijn periode de windhaan vervangen door een windleeuw. Na zijn dood (1754) krijgt hij een praalgraf, dat de westzijde van de kerk in beslag neemt. In 1766 krijgt de kerk een nieuwe luidklok van 1054 kilo.

Brokstukken vallen op kerkgangers

Maar de kerk zelf raakt in steeds slechtere staat. Tijdens een kerkdienst op eerste kerstdag 1802 vallen de stukken steen en kalk omlaag en vluchten de kerkgangers de kerk uit. De kerk wordt gesloten en het kerkschip en dwarsschip gesloopt.

In 1803 en 1804 wordt de kerk vernieuwd en weer opengesteld voor de kerkgangers. Het schip is dan lager. De sporen van het oude kerkdak zijn zichtbaar in de kerktoren. Zie ook onderstaand filmpje van Verborgen Schatten.

Verborgen Schatten spreekt met Brinkhistoricus Jan Baas en met Jan Berlang de beheerder van de kerk. (2023)

Nieuwe herstelwerkzaamheden

Noodweer op 12 augustus 1856 zorgt ervoor dat het kruis van de toren afvalt. Een restauratie volgt. In 1885 volgt een nieuw uurwerk en in 1911 een nieuwe torenspits.

Op 6 april 1935 slaat de bliksem in de toren en breekt er brand uit. Omwonenden ontdekken de brand en weten deze met de aanwezige brandblusmiddelen te blussen.1

In 1957 is de toren gerestaureerd. De fundering wordt verzwaard en grote steunberen worden verwijderd. In 1969 volgt restauratie van de achterkant van het gebouw. In 2017 volgt opnieuw restauratie van de kerktoren.

Op 10 september 2011 vertelt Frans Landzaat een en ander over de kerk.

Ander gebruik van de toren

Tijdens de Franse Tijd worden de kerktorens gevorderd en eigendom van de gemeente. De kerktoren van de Schalkwijkse kerk krijgt soms een andere bestemming. Zo is deze tot 1927 gebruikt om arrestanten op te sluiten. Ook droogde de brandweer Schalkwijk haar slangen hier, alhoewel ze dat later ook in Houten deed.

Noten

  1. Utrechtsch Nieuwsblad, 9 april 1935 ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 1 september 2025